Logboek 2018

Prijs de dag niet voor het avond is

Op het dak van Centraal Amerika
Op het dak van Centraal Amerika

 

Zaterdag 1 september 2018

 

Het lijkt nog nacht als we met zijn zessen bij elkaar komen voor de tocht der tochten. Ik bereid me mentaal voor op een zware tocht. Met goede zin en een leuke ploeg mensen met verschillende achtergronden. Janice, de enige vrouw en Zuid Koreaanse. Tim, jonge vent uit Ierland. Kevin, Guatemalteek samenwonend met een Nederlandse, gids, leraar Spaans en plannen om naar Nederland te verhuizen. Maarten, begin 40 en horeca chef op een Cruiseschip van de Holland Americalijn. Richard, 59 en Amerikaan, gepensioneerd en erg geïnteresseerd in zeilen en reizen.

 

Tijdens het reizen met de chickenbus komt Kevin tot een overeenkomst met de chauffeur om ons rechtstreeks naar het beginstation te brengen. Het scheelt ons het opstapelen in een busje en hebben nu met zijn zessen het rijk alleen. Na een uurtje bussen door een woest landschap komen we aan bij het beginpunt. Enkele winkeltjes aan de voet van het wandelpad naar boven geeft al een soort laatste of eerste kamp idee. Na een laatste plas, kans op een frisdrank lopen we op ons gemak naar boven. Het eerste stuk valt mee en zeker met behulp van een roedel honden die met ons meelopen. De honden proberen ons uit maar door duidelijk en even agressief te zijn laten ze ons op afstand maar blijven wel volgen in de hoop op een hapje. Wat zijn ze zielig mager en ik heb het ermee te doen maar wat moet ik?

Janice en Richard hebben de meeste moeite en zijn erg bang om gebeten te worden. Af en toe een steen gooien zonder echt te mikken houdt ze op afstand.

 

Na een halfuur lopen we een klein Indiaans dorp binnen en enkele kinderen staan meteen te schooien voor enkele dinero”s. Als ze merken dat we niets geven gaan ze door met hun spel. De kinderen zien er smoezelig uit door de modder waar ze in ravotten en hun moeders staan op afstand hun kinderen en ons in de gaten te houden. Richard heeft al moeite om boven te komen in dit dorp zodat we een eerste halt houden om de achterblijvers bij te laten komen. Het gaat me goed en krijg langzaam aan verwachtingen dat het niet zo zwaar zal zijn als Ciudad Perdida in Colombia. Met deze laatste gedachte ga ik weer voorbij aan het gezegde “prijs de dag niet voor het avond is”.

 

Kreunend en steunend vervolg ik de hellingen, steenslag, gaten en kuilen, tegemoetkomende ezels met lading, mooie uitzichten, bossen en weer die verdomde steile klimmen met losse stenen. Waar ben ik aan begonnen. Gelukkig voor mij kan ik redelijk meekomen en loop regelmatig vooraan om voeding te geven aan mijn eigen moraal. Het wachten op de anderen komt me eigenlijk goed uit om te recupereren. De hoogte begint langzaam een rol te spelen en we zullen daar meer last van krijgen. Je komt niet meer op adem op grote hoogte.

 

Na 7 uur gemartel van de voeten en de ademhaling komen we aan in een naaldbos en dit zal het kamp worden voor de nacht. Richard loopt op zijn laatste benen en kan niet veel meer. Nu is het tijd om een hapje te eten en de tenten op te zetten. Richard wordt mijn slaapmaatje en we helpen elkaar het verblijf een beetje gezellig in te richten. Het blijft bij een uitgerolde slaapzak een opgeblazen matrasje.

 

Het is op deze hoogte koud, het zal vannacht veel kouder worden en moeten ons voorbereiden op nachtvorst. Allemaal mooi maar de zonnestralen die deze middag er zijn voelen heerlijk aan. Ik loop een beetje weg van de groep om het toilet in de openbare ruimte te gebruiken. De zon en vermoeienissen maken me loom en leg me zelf op een mosbed neer om een uurtje lekker te slapen. Om 1700 uur is het verzamelen voor de liefhebbers voor een extraatje, een berg met uitzicht op de Tajumulco die we morgen zullen beklimmen. De lucht betrekt en de wolken pakken samen in donkere en lichte partijen. Richard gaat niet mee want hij wil uitrusten om morgen fit te zijn.

 

Door het bos, over enkele rivieren heen en ik kijk naar de steile helling die voor ons opdoemt. Ik kijk bedenkelijk en overweeg nu ook om een smoes te bedenken om niet naar boven te gaan. Toch maar uitstellen dit gezeur en gewoon eraan beginnen. Klimmen en hijgen, op tijd rusten en voortslepen naar boven, Niet teveel naar boven kijken maar naar beneden om het resultaat aan te zien. De hoogte valt me achteraf mee, de tocht ook maar voel nu wel de zuurstof verandering, 3800 meter en volgens Kevin zitten we nu op 60% van de zuurstofopname.

 

Bovenop de heuvel een prachtige beloning van zicht op de Tajumulco die verdwenen is in de wolken, uitzicht op de grens met Mexico en nog enkele andere panorama's. Op een richel boven op de berg kunnen we of even zitten en tien stappen verder kijken we gevaarlijk diep in de afgrond. Niet aan denken wat er allemaal zou kunnen gebeuren maar zeker blijven. Koude wind, regenflarden maken het een koude expeditie en ben blij met mijn Marokko muts en fleece handschoenen.

 

Naar beneden lopen gaat prima maar wel oppassen met uitglijden en mijn gladde wandelschoenen zijn weer niet zeker.

 

Bij het inlopen van het bos van het kampement vind ik een rode paddenstoel met stippen en alleen de kabouters zijn gelukkig ergens aan het werk want ze zijn niet thuis.

 

Kevin is de kampleider en probeert een vuur aan te maken en een maaltijd in elkaar te flansen. Het stelt allemaal niet zoveel voor maar de intenties zijn meer dan goed. Staand en of zittend op een steen eten we en helaas krijgen we het vuur  met de natte takken niet aan de gang. Warmte blijft weg en nu ook de kampliederen zodat het vroeg te bed wordt.

 

Ik slaap heerlijk en merk weinig van de regen die nu met bakken uit de lucht valt. Richard blijft maar draaien naast me en blijkt later de slechtste nacht uit zijn leven hebben gehad. Tja, als je naast me moet slapen.

 

De honden sluipen om de tenten heen en proberen de zakken met etenswaren open te trekken die hoog in de bomen aan een tak hangen.