<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>

<rss version='2.0'>
 <channel>
  <title>queenb99.nl</title>
  <link>https://queenb99.nl/</link>
  <description>queenb99.nl</description>
  <lastBuildDate>Wed, 20 May 2026 04:13:18 GMT +0200</lastBuildDate>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Keurig wachten&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3549</link>
   <description> 
 
Dinsdag, 19 mei 2026
 
Kuala Perlis – Rebak.
 
Eindelijk een goede nacht. Bij het wakker worden grijp ik direct naar mijn telefoon om te horen hoe het de Blue Spirit is vergaan. René blijkt rond vijf uur ’s ochtends voor de ingang van het eiland te zijn aangekomen, maar moet tot negen uur wachten voordat hij naar binnen kan. Vannacht onweer, windstoten van meer dan dertig knopen en intense regenval. Opvallend stoïcijns neemt hij alle ongemakken voor lief. Hij klaagt eigenlijk alleen dat er van slapen de laatste achtenveertig uur weinig terecht is gekomen.
 
Ik ga naar de ontbijtzaal, waar het ontbijt nogal schamel is. Alles lijkt bovendien verknald met honing en andere zoetigheden. Zelfs in de koffie proef ik de overheersende chloorsmaak van het water, zodat ik het bij een halve kop houd. Daarna regel ik de parkeerplaats voor de huurauto en loop naar de ferryterminal. Daar blijkt de eerste boot naar Langkawi pas om twee uur te vertrekken. Dat wordt wachten.
 
Ik maak een ommetje door de stad en sla mijn tijd stuk met een koele cola bij de KFC-kipcorner, waar de kip verrassend goed smaakt. Daar kunnen de meeste Indonesische en Maleisische restaurants nog wat van leren.
Wachten duurt lang. De vertrekhal voor de boot naar Langkawi vult zich langzaam, maar om twee uur is er nog altijd geen ferry. De wind neemt toe en het begint te regenen, begeleid door enkele donderslagen. Eindelijk, rond drie uur, komt de boot langszij en mogen we aan boord. Een tiental gevangenen met handboeien krijgt voorrang. Het is een afschrikwekkend gezicht. Ik neem mij ter plekke voor om voortaan zelfs bij een leeg zebrapad keurig te wachten tot het licht op groen springt.
 
Ook nu wacht de boot eerst op beter weer. De regen klettert op het aluminium dek, de lucht trekt dicht en het zicht verdwijnt. Zolang we nog aan de kade liggen kan er weinig gebeuren, maar inmiddels ben ik het wachten helemaal zat. Net op het moment dat ik wil opstaan om van boord te gaan, wordt de loopplank weggehaald en vertrekt de ferry.
 
Eerst langzaam, uit veiligheidsoverwegingen, want door het raampje zie ik nog een andere boot voorbijschuiven. Na die passage gaat het los. Vol gas door de soep van regen en wolken. Water spat langs de ramen, een vergeten stootwil zwiept als een soort ruwe ruitenwisser tegen het glas, en het geluid lijkt op dat van een straalmotor. Ik heb vaak genoeg gelezen over gezonken veerboten met veel slachtoffers in Azië en kijk onwillekeurig rond naar een mogelijke ontsnappingsroute. Die is er niet. Als hier iets gebeurt, is het einde oefening.
 
Rond kwart voor vijf stap ik in een totaal ander Maleisië aan wal. Welvaart, mooie gebouwen, schone straten en druk verkeer. Hoe kan zo’n verschil bestaan binnen hetzelfde land? Langkawi is een toeristisch eiland en bovendien dutyfree, en dat trekt investeringen aan. Langkawi verkoopt beleving. Kuala Perlis verkoopt vooral functie: grensplaats met Thailand, doorvoerhaven en werkplaats aan zee.
 
In de stromende regen neem ik op Langkawi een taxi naar de ferry voor Rebak. Wat een mooi eiland is dit. Jachthavens, bossen, onderhouden werkplaatsen en winkels; het is een feest om hier te zijn. Daarna stappen we opnieuw in een kleinere veerboot. Door de inmiddels opgebouwde zee krijgt ook deze boot flink wat te verduren. Er verschijnen een paar angstige gezichten, maar het leed is gelukkig snel geleden.
 
In het resort tref ik René weer, nadat ik mij heb geïnstalleerd in een prachtige, luxe hotelkamer met uitzicht op zee. Wat een plek. Dit smaakt naar meer. En zo is de dag, na alle regen, vertraging en ferryfantasieën over het einde der tijden, toch nog goed gekomen.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Wed, 20 May 2026 04:13:18 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Lijn in de schroef&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3548</link>
   <description> 
 
Maandag, 18 mei 2026
 
Pangkor Marina – Perlis
 
 
Voor elk probleem heeft Rush een oplossing. Als Chef de Bureau van de jachthaven is zij door de jaren heen uitgegroeid tot een echte duizendpoot. Vraag je om een huurauto, dan staat er binnen een kwartier een wagen klaar en kan ik, bij wijze van spreken, meteen vertrekken richting Perlis.
 
Het wordt een rit van vier uur over verschillende tolwegen en ik ben blij dat ik van tevoren nog even vraag hoe dat hier werkt. Kan ik gewoon contant betalen bij een loket, of heb ik een speciale kaart nodig? Dat laatste dus. Er bestaat een tolkaart die, naar ik begrijp, alleen bij Petronas-tankstations te koop is.
De wegen zijn goed, het verkeer valt mee en de omgeving is bijzonder: eindeloze palmbomen, rijstvelden en bij George Town ineens veel industrie.
Net voorbij de files van George Town pingt plots WhatsApp. René is zonder motor. Ik kan het bericht niet goed lezen tijdens het rijden, dus zoek ik eerst een parkeerplaats om rustig te kijken wat er aan de hand is. 
 
In de nacht is zijn motor plots stilgevallen door een lijn in de schroef. De oversteek was met vier knopen tegenwind en stroom tegen toch al geen feest voor de voortgang, en nu probeert hij terug te zeilen naar een ankerplek om daar in rust de lijn uit de schroef te snijden.
De Wet van Murphy doet er nog een schep bovenop: hij krijgt ook nog een paar onweersbuien met flinke regen over zich heen. Gelukkig kan ik hem wat moed inspreken. Na een uurtje hoor ik dat de klus is geklaard en dat hij weer onderweg is naar Rebak. De verwachte aankomsttijd is nu morgenochtend acht uur.
 
Ik rijd verder naar mijn geplande slaapplek voor de ferry van morgen. En daar kom ik weer in een totaal andere wereld terecht. Het prachtige hotel waar ik arriveer, is verworden tot een rammelend geheel. Door jarenlange verwaarlozing lijkt het bijna niet meer te repareren. De huizen in de omgeving zijn vaak half vervallen, maar voor de deur staat dan wel een grote, glimmende auto. In de restaurants liggen gescheurde plastic zeiltjes als tafellaken op wankele tafels.
Tientallen keurig geklede dames met hoofddoekjes helpen je vriendelijk en beleefd, maar ondertussen vraag ik me af hoe mensen zo kunnen wennen aan een omgeving die langzaam uit elkaar valt. 
 
In het hotel trillen de ramen mee tijdens de oproep tot gebed. Ik ben weer eens in een andere wereld beland. Onwillekeurig vergelijk ik het met Indonesië. Het verschil lijkt te zijn dat de mensen daar vaak weinig hebben, terwijl hier van alles is, maar het onderhoud, de zorg en de liefde voor de omgeving lijken soms zoekgeraakt.
 
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Mon, 18 May 2026 12:55:00 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Nasi Italia&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3547</link>
   <description> 
 
Zondag, 17 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
Eindelijk is het dan zover: lijntjes los. Na een laatste koffie en het opruimen van de poetslappen zwaai ik de Blue Spirit uit. Morgen wil ik een auto huren om Rebak Marina, waar René naartoe vaart, alvast te verkennen voor mijn eigen reis over drie maanden. Daardoor voelt het afscheid niet al te zwaar; over een paar dagen hopen we elkaar alweer te zien.
Ik gooi de laatste rommel van de steiger in de afvalbak en loop naar het water om de Blue Spirit door de ondiepe haveningang te volgen. Alles gaat goed. Geen drama, geen vastloper, geen monteur die nog snel een onderdeel uit de motor wil schroeven. Een geruststellend gezicht.
 
Daarna fiets ik terug naar de Queen B, waar het tweede gat in de romp op me wacht. Inmiddels voel ik me bijna ervaringsdeskundige. Met vaste hand tamponeer ik de hars in het ronde gat en maak daarna ook nog snel de aansluiting van het accu-alarmsysteem klaar. Zo’n dag waarop de klussen ineens vanzelf lijken te gaan, al moet je dat op een boot nooit te hardop zeggen.
Na de lunch fiets ik naar Lumut, waar het heerlijk toeven is op het grasveld aan de waterkant, tussen tientallen dagjesmensen. Aan het aantal hengels te zien moet het hier wemelen van de vis, maar ik zie niemand iets vangen. De verhalen over de grootte van de vissen klinken mij vooral als vissers-Maleis in de oren.
Even later takelt iemand, na een indrukwekkende aanloop en veel vertoon van techniek, een visje van vijf centimeter uit het water. Daar zou ik persoonlijk de barbecue niet voor aansteken, maar ik wil de families hun bakken en braden niet ontnemen. Het lijkt hier wel een nationale volkssport. De walmen van verbrand vlees en vis komen me tegemoet en tegen de tijd dat ik het einde van de boulevard bereik, voel ik me zelf een gerookte makreel.
 
Met de wind in de rug fiets ik terug naar de haven. Op het terrein trakteer ik mezelf op een ijsje en een cola zero, een kleine beloning voor het fietsen, repareren en doorstaan braadgevaar.
Aan boord ruim ik de boel nog wat op en ’s avonds ga ik bij een Italiaans restaurant nasi goreng eten, Nasi Italia. Dat is misschien niet logisch, maar op reis hoeft niet alles te kloppen. Soms is het al mooi genoeg dat het smaakt.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 17 May 2026 14:11:58 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Tokkelt als een typmachine&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3546</link>
   <description> 
 
Zaterdag, 16 mei 2026
 
Pangkor Marina
 
 
 
Er verdwijnen steeds meer onderdelen van de motor in de gereedschapsbak van de monteur op de Blue Spirit. Drie experts zijn driftig bezig om een ogenschijnlijk simpele lekkage op te lossen. Voor René’s gemoedsrust is het waarschijnlijk beter dat hij wat afstand neemt van de vette handen die overal hun vingerafdrukken op het interieur achterlaten.
Mijn nacht is iets beter geweest en ik voel me een stuk gelukkiger. Met fris enthousiasme begin ik aan het polyesterwerk: twee grote gaten in de romp moeten dicht. Het zijn de oude doorvoeren van een B&#38;G-netwerk dat al eeuwen niet meer gebruikt wordt. Letterlijk en figuurlijk wordt het dus schoonschip maken.
Ik begin met het knippen van kleine rondjes glasmat en zet aan de binnenkant van het gat een glad plastic plaatje vast, zodat er een bodem ontstaat waarop ik kan werken. Het is secuur werk en handschoenen zijn absoluut noodzakelijk, want werkelijk alles plakt. Bijzonder blijft het: vloeibare polyesterhars verandert door slechts één procent harder in korte tijd in een staalharde composiet. Ergens in die stroperige massa wordt een chemisch startschot gegeven, waarna de moleculen zich aan elkaar vastgrijpen alsof ze nooit meer los willen laten.
Het gerepareerde gat voelt al snel keihard aan. Als ik erop klop, klinkt het hetzelfde als de rest van de romp. Dat geeft vertrouwen.
Met de fiets maak ik een rondje over het terrein. Later eet ik samen met René bij een plaatselijke eettent een eenvoudige maaltijd van witte rijst, kroepoek en sambal-ei. We bespreken enkele scenario’s voor het geval de motorreparatie tegenvalt. Maar gelukkig krijgen we rond vier uur te horen dat de klus is geklaard. De machine loopt weer en tokkelt als een typemachine.
Wat zit een mens toch vreemd in elkaar. Alle zorgen, noodscenario’s en alternatieve plannen worden direct overboord gekieperd. Het vertrek wordt voor morgen rond tien uur aangekondigd. Als de wind dan niet te hard blijft doorstaan, kan René zijn planning misschien toch nog halen.’s Avonds eten we gezamenlijk op het strand en drinken een afscheidsbiertje. 
 
René gebruikt de rest van de avond om de motor nog wat uren te laten draaien en vertrouwen te winnen. De Blue Spirit maakt zich opnieuw klaar voor vertrek. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 17 May 2026 13:23:21 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Cadeautjes&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3544</link>
   <description> 
 
Donderdag, 14 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
 
Mijn plek aan boord is weer teruggevonden, ergens tussen alle scheepse en niet-scheepse spullen. De ladder staat tegen de zwemtrap en ik begin de koffer uit te pakken. Het voelt alsof ik een Sinterklaaskoffer openmaak: vol cadeautjes, hebbedingetjes en noodzakelijke onderdelen voor de reparaties die op mij liggen te wachten.Ik leg alles alvast op de plek waar het hoort, of tenminste op een plek die logisch lijkt voor later gebruik. Dat is aan boord al bijna een vorm van orde. Maar orde is relatief op een schip. Je denkt dat je met één klus begint, maar de boot heeft meestal een eigen agenda.
 
Ik wil de fiets opbouwen, maar de banden staan slap. De fietspomp moet ergens voorin, in de achterkajuit liggen. Dus begin ik uit te laden. Zoals dat gaat: je zoekt één ding en vindt tien andere dingen die allemaal óók aandacht vragen. Zo drentel ik een beetje doelloos maar toch nuttig rond. Aan boord spring je niet zomaar van de hak op de tak; je volgt een verborgen route die de boot zelf lijkt uit te stippelen.
Uiteindelijk kom ik uit bij de afsluiters in de achterkajuit. Die maak ik los om ze te vervangen, maar nog steeds geen fietspomp. Dan maar alle kasten nalopen. Ondertussen zie ik dat de koelkast het niet doet. Dus laat ik de pomp voor wat hij is en begin ik stekkers na te lopen, zekeringen te zoeken en met de multimeter te meten. Na een uur zoeken blijkt de boosdoener een gecorrodeerd kabelschoentje te zijn.Koelkast weer aan de praat.
Daarna ga ik verder met het terugladen van de achterruimte. En dan, bij de laatste graai tussen wat doeken, valt de fietspomp zomaar in mijn handen.Met andere woorden: bij de allereerste graai van het uitladen had ik hem waarschijnlijk al vast gehad.
Zo gaat dat met bootklussen. Je begint met een fietspomp, belandt bij een afsluiter, raakt verstrikt in een koelkast, vindt een gecorrodeerd kabelschoentje, ruimt een halve kajuit uit en eindigt weer bij de fietspomp. Het lijkt een slingerkoers: een beetje naar bakboord, dan weer naar stuurboord, soms zelfs achteruit. Maar wonderlijk genoeg kom je aan het einde toch uit waar je wezen moet.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 17 May 2026 13:20:06 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h2&#62;&#60;/h2&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3545</link>
   <description> 
 
Vrijdag, 15 mei 2026
 
 
Pangkor Marina
 
 
 
Met een gehuurde auto van de haven staat René enthousiast bij mij aan boord om zijn vertrekdocumenten te regelen. Ik stap graag in; even eruit, en bovendien ben ik benieuwd hoe die papierwinkel hier in de praktijk verloopt. Ik rijd, René navigeert, en zo schuifelen we langs de verschillende instanties. Tot onze verrassing gaat alles vlot. Bijzonder vriendelijke ambtenaren, met die onverstoorbare glimlach die je hier vaker ziet, helpen ons langs de balies. Stempel hier, handtekening daar, en langzaam maar zeker wordt de Blue Spirit administratief vertrek klaar gemaakt.
Nog even langs de supermarkt voor de laatste boodschappen. Alles lijkt op schema te liggen. Om twee uur kan de Blue Spirit het water in. Ik maak een paar foto’s van de tewaterlating. René staat trots op het achterdek, zichtbaar opgelucht dat het nu eindelijk zover is. De motor wordt gestart en slaat direct aan. Een mooi moment: schip in het water, papieren geregeld, boodschappen aan boord, de reis kan beginnen.Maar de oversteek van de helling naar de steiger is nog maar net gemaakt, of er blijkt olie uit de motor te lekken. Niet een beetje zweten of nadruppelen, maar genoeg om meteen alarmbellen te laten rinkelen. De monteur besluit zonder aarzeling tot een rigoureuze aanpak. Onderdelen verdwijnen één voor één in technische mandjes: eerst de brandstofpomp, dan de dynamo, en later zelfs de kop van de motor.Ik heb met René te doen. 
 
Alles zit hem tegen. Eerst de tewaterlating met de lekkende afsluiter, en nu dit olieprobleem. Je ziet zijn planning langzaam in rook opgaan en zijn stress is begrijpelijk. Toch laten de monteurs zich van hun beste kant zien. Ze blijven rustig, werken door en beloven de volgende ochtend om negen uur terug te komen om alles zo snel mogelijk weer in orde te maken. Het vertrek is vertraagd, maar nog niet opgegeven.
In een wat bedrukte stemming sluiten we de dag gezellig af met Henk en Julie, de Australisch-Nederlandse buren die al die maanden dat wij weg waren gewoon op hun boot zijn gebleven. Een bijzonder stel: 87 en 85 jaar oud, maar nog altijd dagelijks de ladder op en af voor de meest gewone, maar essentiële dingenzoals boodschappen en toiletbezoek, een wandeling over het terrein. Je zou er een voorbeeld aan kunnen nemen. Misschien is dat wel de ware zeemansgeest: niet klagen, gewoon doorgaan, ook als de ladder wat steiler wordt en de dag anders loopt dan gepland. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sat, 16 May 2026 12:13:43 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Wegen op het levenspad&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3543</link>
   <description> 
 
Woensdag 13 mei 2026
 
Kuala Lumpur – Pangkor
 
Wat een feest om op de Queen B tegen te komen dat zo droog is. Deze keer geen rottende geuren of schimmels. Een opgeruimd schip en waar Rene in afwachting van mijn komst de luiken heeft opengezet voor wat frisse lucht maar de adembenemende drukkende warme lucht vult de ruimte. Snel de portable airco aan en ga op zoek naar de Blue Spirit want die zou om 1300 uur te water gaan. Een wandeling over de eerste en de tweede steiger tref ik geen René. Ik ga maar terug naar zijn sta plaats op de wal en tref hem daar. Ik dacht dat je om 1300 in het water zou gaan? René: ja dat is ook gebeurd maar de afsluiter is afgebroken bij het opendraaien, waarbij het water omhoogkwam. Goede raad is niet duur in dit geval en werd direkt terug uit het water getakeld en teruggebracht naar de bok. 
 
Een geluk bij een ongeluk is dat ik de juiste afsluiter bij me heb die hij direkt in het schip kan plaatsen om morgen toch nog in het water gereden kan worden met de ingenieuze scheepskar. 
 
Met de voeten in het zand aan de waterkant met de palmen, praten we bij en het is zoals vanouds, jammer dat er wat meer afstand zal komen door de verschillende wegen die op het levenspad gevolgd worden. René is de laatste maanden volop bezig geweest met de Blue Bubbles in Italië en heeft deze om administratieve redenen in een Tunesische haven geparkeerd om hier de verkoop van zijn Blue Spirit verder af te ronden.
 
Vanuit Nederland hoor ik van een positieve uitslag van het onderzoekje en ga met een gerust hart naar de Queen B. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 15 May 2026 07:34:19 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Beste luchthaven van de wereld&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3542</link>
   <description> 
 
Dinsdag, 12 mei 2026
 
 
New Delhi  -  Kuala Lumpur
 
Reizen is een merkwaardige afwisseling van wachten, drentelen en je onderwerpen aan controles alsof je op het punt staat een zwaarbeveiligde gevangenis binnen te wandelen. Je schuifelt braaf mee in de rij, kijkt onschuldig, haalt riemen los, legt horloges af, haalt laptops uit tassen en hoopt vooral dat je niets bij je hebt dat plotseling wereldnieuws kan worden.
 
Want je zult maar per ongeluk een klein zakmesje vergeten zijn. Of te veel medicijnen bij je hebben. Een powerbank die zich verdacht gedraagt. Tandpasta boven de toegestane hoeveelheid. Gel, badzout, batterijen of een ander object dat onder de juiste hoek bekeken zomaar een internationale dreiging kan vormen.
 
Aan pistolen denk ik al helemaal niet. Die neem je niet mee, alleen al omdat ze zo onhandig in de handbagage liggen. Mijn trosje handgranaten aan de broekriem geef ik bij voorbaat cadeau aan de eerste controleur die hard genoeg wegloopt om het presentje te verdienen.
 
In New Delhi word ik uitgebreid gefouilleerd. De tassen worden bekeken alsof er een geheim compartiment met nucleaire bedoelingen in zit. Ondertussen blijven de controleurs vriendelijk glimlachen en stellen ze allerlei vragen. Dat maakt het niet per se geruststellender. Een glimlach bij een veiligheidscontrole is tenslotte net zoiets als een dokter die zegt: “Interessant.”
 
Er wordt gevraagd naar pacemakers, ringen, horloges en andere metalen. Blijkbaar kunnen die spontaan gaan gloeien, piepen of op andere wijze bijdragen aan de ondergang van het vliegverkeer. Ik besluit wijselijk niet te vragen hoe oud de apparatuur is en welke magnetrontechniek men precies uit China heeft geïmporteerd. Sommige vragen moet je in het belang van je eigen doorreis gewoon niet stellen.
 
Zonder gloeiverschijnselen stap ik uiteindelijk uit de scanner. Dat is toch altijd weer een opluchting. Ik ben niet verlicht, niet ontploft en ook niet als bijgerecht gaar geworden. Wel mag ik vervolgens al mijn spullen weer bij elkaar rapen uit vier verschillende bakken: schoenen in de ene, batterijen in de andere, tas verderop en elektronica verspreid als de inhoud van een rommelmarkt na een stevige windvlaag.
 
Aan de muur hangt een groot bord dat klagen over het personeel niet gewenst is en bovendien bestraft kan worden met een flinke boete. Na deze procedure begrijp ik ineens waarom dat bord hier zo nadrukkelijk aanwezig is. Het is geen waarschuwing, het is ervaring.
 
Na drieënhalf uur wachten, controleren, herverdelen, opnieuw inpakken en beleefd zwijgen, mag ik verder. Reizen blijft een oefening in geduld. En in vertrouwen. Vooral vertrouwen dat al je spullen na afloop nog steeds van jou zijn
en dat ik niet per ongeluk in de verkeerde “bak” bent beland.
Een prima eerste ervaring met Air India en verwonder me over hoe de verschillende culturen invulling geven aan de internationale standaard van service. Gelukkig experimenteert de piloot niet en weet prima te landen op Indira Gandhi International Airport. Een vliegveld dat 40 miljoen passagiers per jaar kan verwerken. In 2026 uitgeroepen tot de beste luchthaven van de wereld, een moderne toegangspoort tot India, iedereen is vriendelijk, niemand verliest zijn geduld, maar begrijpen wat er precies gebeurt lukt je als reiziger zelden.
 
In de wachtruimte is het heerlijk wachten met een kop koffie en stap fris van het ene vliegtuig in het andere.
 
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 15 May 2026 07:10:08 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Schiphol&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3541</link>
   <description> 
 
Maandag 11 mei 2026
 
 
Tilburg – New Delhi
 
 
De dag van vertrek terug naar de Queen B in Maleisië. Veelal zijn het van die momenten dat je tot weinig komt omdat je zit te wachten op de “Go” van vertrek. Met alle zorgen die we hebben wil ik de dag niet kapot maken met wachten en eerst nog even naar Vader voor een kort afscheid. Mijn vader zegt het zonder drama, bijna terloops, maar juist daardoor komt het binnen: voor hem bestaat er eigenlijk geen korte of lange tijd meer. Tijd heeft op zijn leeftijd een andere maat gekregen. Wat voor mij drieënhalve week is, voelt voor hem als een heel seizoen, misschien wel als drieënhalve maand. Zijn dagen zijn korter geworden, niet in uren, maar in vooruitzicht. Voor mij ligt de reis nog open, voor hem is elke dag vooral een dag die er nog is.
 
En toch zit er in dat besef geen bitterheid. Tussen die serieuze woorden door lachen we om de verhalen die we samen uit het verleden hebben opgeraapt. Alsof herinneringen, eenmaal uitgesproken, de tijd nog even kunnen rekken.
 
Met een licht bezwaard gevoel neem ik afscheid en rijd naar het ziekenhuis voor een onderzoekje. Dat ging vlot en staan binnen een kwartier buiten zodat we naar de kantine van de Pettelaer golfclub rijden waar we al snel tussen de vrienden ons veilig voelen. Afreageren op de baan en volop praat aan de stamtafel. 
 
John en Jennifer helpen ons met de autowissel. John brengt me naar het station in Den Bosch waar ik twintig minuten op de intercity moet wachten naar Schiphol. Later hoor ik dat de auto’s hun weg hebben gevonden. Met een ontspannen treinrit vervolg ik de verschillende hindernissen op Schiphol om in het vliegtuig te stappen.  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 15 May 2026 06:45:57 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Bevrijdingsfeest&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3540</link>
   <description> 
Dinsdag, 5 mei 2026
 
 
Tilburg.
 
 
Gisteren was er al volop bedrijvigheid in de haven. Er werd druk gewerkt aan de opbouw van een groot podium voor het bevrijdingsconcert. Mooi om dat allemaal van een afstandje te bekijken en eerlijk gezegd ook moeilijk om het níét te horen. De bassen uit de luidsprekers dreunden al door de haven en lieten de ramen vrolijk meetrillen.
Op het podium stonden een paar zangeressen in te zingen, terwijl de Dutch Pipers, een doedelzakgezelschap, over de steiger marcheerden om hun partij te oefenen. Wat een voorbereiding voor een concert van drie uur. Kabels, lampen, geluidsinstallaties, technici, artiesten, repetities, een hele operatie voordat de eerste noot officieel klinkt.
Wij hadden voor de gelegenheid gasten uitgenodigd om met de bijboot vlak onder het podium te gaan liggen, uiteraard met een glaasje cava binnen handbereik. Een betere plek kunnen we ons nauwelijks wensen. Misschien zelfs beter dan de plaatsen van de lintjesontvangers, die vanwege alle feestelijkheden vooraan mogen zitten, met de burgemeester keurig in hun midden.
Vanaf het water hebben we ons eigen koninklijke balkon. De bassen, de lichtshow, de symfonische ondersteuning en de zangers die zogenaamd de show stelen: het hoort er allemaal bij. Toch zijn het vaak vooral de muzikanten die de echte sfeer brengen. Maar zoals zo vaak krijgen de paarden die de haver verdienen, die haver niet altijd.
Af en toe komt er wat beweging op het water, meedeinen op de golven van de muziek, maar het geheel blijft toch een beetje statisch. Ons maakt het weinig uit. We liggen gezellig onder elkaar, met andere bootjes om ons heen, een glas in de hand en de muziek recht boven ons hoofd.
Dit zijn van die feestjes waarvan je na afloop zegt: volgend jaar weer. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sat, 09 May 2026 17:09:53 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h2&#62;&#60;/h2&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3539</link>
   <description> 
 
Maandag, 27 april 2026
 
Tilburg
 
 
Vooral in Amsterdam is varen op Koningsdag bijna een nationale sport. Zodra de eerste oranje vlaggetjes verschijnen, krijgt iedereen met een sloep, rubberboot, bakfiets op pontons of zelfs een drijvende badkuip de onweerstaanbare drang om het water op te gaan. De grachten kleuren dan oranje, rood-wit-blauw en vooral gezellig. Muziek uit alle richtingen, volle bootjes, plastic glazen in de hand en schippers die met wisselend succes proberen hun vaartuig tussen bruggen, kades en andere feestvierders door te manoeuvreren.
 
De oorsprong van dit feest gaat terug tot 1885. Toen werd voor het eerst Prinsessedag gevierd, ter ere van de vijfde verjaardag van prinses Wilhelmina op 31 augustus. Toen Wilhelmina in 1890 koningin werd, veranderde de naam in Koninginnedag. De datum schoof later mee met de vorstin: tot 1948 bleef het 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina. Vanaf 1949 werd het 30 april, de verjaardag van koningin Juliana. Koningin Beatrix hield die datum aan, al was zij zelf op 31 januari jarig, waarschijnlijk een verstandig besluit, want Koninginnedag in april is feestelijker dan met wanten aan in januari. Sinds 2014 vieren we Koningsdag op 27 april, de verjaardag van koning Willem-Alexander. Zo bestaat de traditie al sinds 1885, maar de huidige Koningsdag pas sinds 2014.
 
Voor mij was het in ieder geval een mooie aanleiding om de bijboot nog even in het water te laten. Samen met John en Jennifer varen we door de kanalen, met een glaasje wijn binnen handbereik en het gevoel dat wij helemaal meededen aan de nationale feestvreugde. Alleen viel de drukte wat tegen. Op een paar studentenboten na waren we bijna de enigen op het water. Die studenten konden we qua snelheid nog aardig bijhouden, maar qua drankgebruik moesten we toch royaal onze meerdere erkennen.
 
Terug aan boord hees ik de bijboot weer aan dek en borrelen we nog wat na. Lang duurde de rust niet, want even later werden we geënterd door de familie van John. Dat bleek geen vijandige overname, maar een waardig koninklijk besluit: meer gezelligheid aan boord. Daarmee kreeg onze eigen kleine Koningsdag op het water alsnog een passend slot, niet met een vlootschouw, maar met goede vrienden. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Mon, 04 May 2026 18:17:49 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Schipperskind.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3538</link>
   <description> 
 
Woensdag, 22 april 2026
 
Son – Tilburg
 
 
 
De voorgenomen vaartocht begint zoals dat bij een rondvaren gaat: niet met het losgooien van de trossen, maar met het logistieke voorspel. Eerst brengen we een auto naar de parkeerplaats van de eindbestemming, daarna stappen we aan boord met Marian, en dat geeft deze tocht meteen iets bijzonders. Marian heeft namelijk schippersbloed. Zij is opgegroeid op een binnenvaartschip, als echt schipperskind.
 
Het leven van een schipperskind was, en is misschien nog steeds, een bijzonder mengsel van vrijheid, water, hard werken, vroeg zelfstandig worden en gemis. Het klinkt romantisch: wakker worden tussen sluizen, havens, rivieren en meeuwen. Elke dag een ander uitzicht, de geur van diesel, nat touw en koffie in de roef, en de wereld die langzaam langs je raam voorbijtrekt. Maar achter die romantiek zat ook een harde werkelijkheid: weinig vaste vriendjes, altijd opletten aan boord, gevaar bij sluizen en laadplaatsen, en vaak al jong leren afscheid nemen.
Een kind aan boord had een heel eigen jeugd. Je leerde vroeg wat wel en niet kon. Niet zomaar het gangboord op. Niet spelen waar gewerkt werd. Altijd uitkijken bij bolders, trossen, luiken en kades. Het schip was thuis, maar ook werkvloer. En waar andere kinderen gewoon naar school liepen, was dat voor een schipperskind een heel ander verhaal. Vandaag lag je hier, morgen daar, en overmorgen misschien weer een paar dorpen of steden verder.
Daarom waren er speciale schippersscholen en vormen van ligplaatsonderwijs. Als het schip ergens lag, kon een kind tijdelijk naar school. Soms waren er gewone scholen met een aparte schippersklas. Later werd het schippersinternaat voor veel kinderen de werkelijkheid. Tot een jaar of zes, zeven leefde je aan boord bij je ouders, daarna ging je door de week naar het internaat. In het weekend of tijdens vakanties mocht je weer terug naar het schip, als het schip tenminste ergens lag waar je ook kon komen.
Zo werd een schipperskind vaak vroeg zelfstandig. Niet zeuren, want het werk ging door. Je aanpassen, want elke haven was anders. Afscheid nemen, want mensen kwamen en gingen. Praktisch denken, want aan boord moet alles werken.  Een jeugd met offers, maar ook een jeugd die je nooit meer helemaal loslaat want ondanks die moeilijke kanten blijft het water aan Marian trekken. En zo varen we, met haar herinneringen als stille ballast aan boord, via het Wilhelminakanaal richting Tilburg.
 
Vlak voor Tilburg passeren we Sluis III. Een rijksmonument, en terecht bijzonder: het is een dubbele bajonetsluis, met twee schutkolken achter elkaar, maar dan verspringend aangelegd. Dat vraagt even opletten. Het past allemaal precies en bij het uitvaren heb ik wat moeite om de Vaporetto netjes uit de sluis te krijgen. Maar ook dat hoort bij varen: een beetje rekenen, een beetje sturen, een beetje zweten en daarna doen alsof het allemaal precies zo bedoeld was.
In Tilburg slaan we linksaf en varen we de Piushaven binnen. Meteen verandert de sfeer. Van kanaal en sluizen naar stad, terrassen en levendigheid. We worden hartelijk ontvangen door de havenmeesters en krijgen een warm onthaal van Rik, mede-eigenaar van Jaxx Marina. We liggen pal voor zijn terras en zijn daardoor niet zomaar bezoekers, maar meteen een klein onderdeel van de haven en de omgeving. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Mon, 04 May 2026 17:33:04 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Uitvinding sluis door China&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3537</link>
   <description> 
Zaterdag, 18 april 2026
 
Veghel – Son
 
Met de aankondiging dat sluis IV in de Zuid-Willemsvaart gestremd is, maken we een ander plan. We kiezen voor een rondje Son, Tilburg, Geertruidenberg en terug naar Heusden. Geen probleem, want als echte Brabander ontdek je telkens weer dat Brabant nog verrassend veel in petto heeft.
Het varen op de Zuid-Willemsvaart blijkt helemaal niet saai. De vogels, de groene oevers en het ruime zicht over de landerijen zorgen voor genoeg afwisseling. De sluizen vormen leuke pauzemomenten en geven je tegelijk het besef dat je met de hoogte van het land mee stijgt. 
 
Wat een inventief systeem is zo’n kanaal eigenlijk. En dan te bedenken dat de Chinezen dit principe al zo’n duizend jaar geleden technisch verfijnden.
Rond 983/984 na Christus werd het kanaalsysteem in China een stuk geavanceerder. Het Grote Kanaal was toen van enorm belang voor het vervoer van belastinggraan, rijst, zout, hout en allerlei andere goederen naar de noordelijke hoofdstad Kaifeng. Het was de logistieke ruggengraat van het rijk: geen spoorwegen, geen vrachtwagens, maar duizenden schepen en pramen die via het water het land letterlijk bij elkaar hielden.
Het jaartal 984 wordt vaak verbonden met de uitvinding of toepassing van de schutsluis met twee deuren, de zogenaamde pound lock. De Chinese ingenieur en ambtenaar Qiao Weiyue zou zo’n dubbele sluis hebben ontworpen voor het kanaalverkeer. Daarvóór gebruikte men vaker hellingen, overlaten of eenvoudige sluisdeuren. Dat was gevaarlijk en kostbaar: schepen konden beschadigen, lading kon verloren gaan en bij hoogteverschillen was het lastig manoeuvreren. De dubbele schutsluis maakte het mogelijk om een schip gecontroleerd in een afgesloten kolk te laten stijgen of dalen.
 
Ook op onze Brabantse vaarweg blijft het systeem fascinerend. Het marifooncontact en de lichten op de sluizen zorgen meestal voor een redelijk vlotte voortgang. Op een kruispunt van vaarwegen zien we echter de dubbele rode lampen bij sluis IV branden. Toch vraag ik me af waar de linkse afslag naartoe leidt. Die blijkt óók naar de Maas te gaan. Daar had ik niet op gerekend. Blijkbaar heb ik te weinig huiswerk gedaan om deze vaarroute als serieuze mogelijkheid te zien. Eenmaal besloten voor het rondje richting Geertruidenberg, varen we verder naar Son.
 
In de jachthaven blijkt voor een schip van twintig meter geen plaats te zijn. Daarom leggen we de Vaporetto aan bij de loskade. Grote vrachtwagens staan naast ons te wachten op lading. Een Turkse chauffeur is bijzonder vriendelijk en excuseert zich meteen: hij moet af en toe stroom draaien en wil ons niet tot last zijn. Ik leg hem uit dat wij óók stroom moeten draaien en dat we dat dus heel goed begrijpen.
We regelen de auto’s en proberen daarna een plekje te krijgen bij het Indonesische restaurant, maar dat blijkt vol te zitten. Dan maar naar de Italiaan, om het geheel toch nog een internationaal karakter te geven.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sat, 02 May 2026 13:40:53 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Noordkade&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3536</link>
   <description> 
Vrijdag, 10 april 2026
 
Kerkdriel - Veghel
 
Tijd om weer te vertrekken. Het plan is om naar Veghel te varen. Een jeugdherinnering komt meteen boven: ooit voer ik mee met een achteroom, schipper op de Niet zonder God, een Kempenaar met ingebouwde melktanks, van ’s-Hertogenbosch naar Veghel. Ik vond het destijds indrukwekkend om met zo’n groot schip, toch zo’n vijftig meter, door een relatief smal kanaal te varen.
Ik voelde me verheven boven alles. De verhoogde kajuit gaf een wijds uitzicht over de velden, de tweebaansweg en natuurlijk over de lengte van het schip zelf, met de blinkende roestvrijstalen vaten in het ruim. Met wat speurwerk kom ik er later achter dat het schip rond 2020 is gesloopt.
De Kempenaar blijkt een typisch binnenvaartschip, speciaal gebouwd voor kanalen zoals de Zuid-Willemsvaart en de Kempische kanalen in België. Precies op maat voor de sluizen en breed genoeg om elkaar veilig te passeren op smalle trajecten. De Niet zonder God werd in 1915 gebouwd als sleepvrachtschip en rond 1970 omgebouwd tot melkschip voor transport tussen Den Bosch en Veghel.
En dan nu hetzelfde traject varen als zo’n 55 jaar geleden en nog steeds geniet ik net zo intens. In de loop der tijd is de verbinding van Engelen aan de Maas naar Veghel veranderd. Waar vroeger de route dwars door de binnenstad van ’s-Hertogenbosch liep, gaat het nu via een nieuw kanaal van Empel naar Berlicum. Via de Máximasluis en langs de sluis bij Rosmalen kom je weer op de oude loop van de Zuid-Willemsvaart. Enkele bruggen en de sluis bij Schijndel maken het tot een afwisselende tocht richting Veghel.
In mijn werkzame leven kwam ik regelmatig bij de CHV en de DMV-melkfabriek. Mijn beeld van Veghel was toen dat van een wat saai dorp was maar dat blijkt volledig onterecht. Het is nu een levendige plaats met een aantrekkelijke kern en vooral een indrukwekkende metamorfose van de CHV-Noordkade.
De oude veevoederfabriek is getransformeerd tot een cultureel en commercieel centrum. Geen statisch museum, maar een levend monument. De filosofie is duidelijk: niet conserveren, maar laten functioneren. Wat ooit begon in 1918 als boerencoöperatie is nu een multifunctioneel cluster met een supermarkt, chocoladefabriek, fitness, winkels, workshops en het theater De Blauwe Kei.De enorme ruimtes waar vroeger silo’s stonden, zijn nu gevuld met kunst, licht en beleving. Het is bewonderend rondkijken, een verrassende vorm van belevingseconomie, een werkend stedelijk ecosysteem.
In de haven worden we joviaal ontvangen door de havenmeester. We mogen een plek zoeken aan de lange steiger in het krappe haventje, waar het draaien van de Vaporetto echt centimeterwerk is. Met de elektronische besturing van boeg- en hekschroef blijkt manoeuvreren echter bijna kinderspel.
Het mooie van varen met je huis is dat je, waar je ook ligt, meteen thuis voelt. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Wed, 15 Apr 2026 17:43:20 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Planeren&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3535</link>
   <description> 
 
Maandag, 6 april 2026
 
Kerkdriel
 
Tweede paasdag
 
Vanmiddag hebben Jim en ik ons schuldig gemaakt aan een reeks ernstige nautische overtredingen op de Maas. Met de bijboot, die duidelijk meer pk’s had dan pedagogisch verantwoord is, kozen we het ruime sop.
Allereerst de maximumsnelheid. Die blijkt niet zozeer in kilometers per uur te worden gemeten, maar in de mate van plezier. En laat dat nu precies ontspoord zijn. Twee mannen, één van 13 en één die het beter zou moeten weten, die harder lachen dan de motor ratelt.
De golfslag is een natuurverschijnsel, maar vandaag door ons persoonlijk veroorzaakt. De golven vloeien van de schroef in mooie witte banen achter de dinghy om later over het water in hekgolven te veranderen. Blij dat geen enkele eend formeel bezwaar heeft ingediend, meen ik toch een licht afkeurende blik te hebben gezien vanuit de rietkragen. De nesten met eieren dansen op en neer en het zal wel een zeeziekte bestendig nageslacht bezorgen.
Ook op het gebied van CO₂ en stikstof hebben wij ons niet onbetuigd gelaten. Elke keer dat de motor even lekker doorpakte, ging het wel ergens regenen of sloegen de CO2 rekenmodellen op hol. Dat soort verantwoordelijkheid draag je dus gewoon met je mee.
 
Verder is er nog de regel dat een opa het goede voorbeeld moet geven. Rustig varen, thermoskan koffie, beschouwend kijken naar de oevers en uitleg geven. In plaats daarvan werden er rondjes gedraaid, stuiteren over de eigen golven, Jim zijn haren strak achteruit gewaaid en jakkeren in plané waar opa zich met beide handen vast moet houden op de voorpunt voor de balans om te planeren. Het woord planeren, alleen al, klinkt als een officiële overtreding.
 
Maar het was een plezierige afsluiting van een mooie dag met een mooie gezapige vaartocht naar de sluis van Lith en draaien om bij de veerpont om ondertussen een uitgebreide hap als voorgerecht te hebben. Na het bezoek nog snel naar de verjaardag van de schoondochter waar de sterke verhalen gewoon doorgingen. Maximale snelheid gevoelsbeleving. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Tue, 14 Apr 2026 06:47:19 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Voorjaar op het bord&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3534</link>
   <description> 
 
Zondag, 5 april 2026
 
Kerkdriel
 
De komende dagen heeft de familie voorrang en kunnen we van het gebroed genieten, ieder met zijn eigen verhalen en belevenissen. Even de lijnen los om een tochtje over de Maas te varen naar de sluis of stuw bij Lith. Hier beleef je een onderdeel van de waterwerken van de Maas. Een sterk staaltje ingenieurskunst waar Rijkswaterstaat de rivier definitief in de hand probeert te krijgen. Zonder deze sluis en sluizen verderop zou de Maas een stuk minder bevaarbaar zijn.
 
Meevaren op je eigen schip want ik probeer het roer zoveel mogelijk uit handen te geven en krijg tijd om extra van de natuur te genieten. Maar ook hoe snel mensen de stuurmanskunsten oppakken. 
In de wei treffen we een verzameling Angus koeien aan, een allround werkkoe voor natuurbeheer omdat deze het hele jaar buiten kunnen blijven en passen bij een specifieke ecologie. In de uiterwaarden van de Maas, zoals rond Lith, gaat het om het dynamische spel van water, bodem en vegetatie. Kleigronden die regelmatig overstromen, wisselende waterstanden en begroeiing van gras, riet en wilgen. Het natuurbeheer is gericht op het openhouden van het landschap en het voorkomen van verruiging en het creëren van variatie voor vogels en insecten. Bovenstaande kennis lijkt niets met het varen te maken hebben maar natuurbeheer en waterstaat met het “Systeem van de Maas” zorgen voor een bijzondere watersport beleving.
 
In de kuip krijgen we met asperges het voorjaar op het bord. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sat, 11 Apr 2026 17:48:27 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Focus van de media&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3533</link>
   <description> 
Donderdag, 3 april 2026
 
Heusden - Kerkdriel
 
De oorlog tussen Iran en de Verenigde Staten krijgt steeds nadrukkelijker een plek in het dagelijks leven. Brandstofprijzen lopen verder op en we worden er voorzichtig op voorbereid dat dit geen kortstondige opleving is, maar iets dat wel eens langer kan aanhouden dan we hopen.De Straat van Hormuz zou geblokkeerd zijn en honderden schepen liggen te wachten op een veilige doorvaart. Genoeg aanleiding voor een klein onderzoekje, gewoon van huis uit, via MarineTraffic.
 
Op het eerste gezicht lijkt het beeld te kloppen: de smalle doorgang oogt leeg en voor en achter de passage zijn clusters van schepen zichtbaar. Maar wie verder leest, stuit al snel op berichten over verstoringen van GPS-signalen in het gebied. Schepen verschijnen plots midden in de woestijn of duizenden kilometers van hun werkelijke positie.Ergens, ver buiten ons blikveld, wordt aan knoppen gedraaid die de werkelijkheid vervormen. 
 
Het maakt het lastig om feit van interpretatie te onderscheiden. Onderdelen van een propagandamachine, van welke kant dan ook, kleuren het beeld dat wij voorgeschoteld krijgen.Wat mij daarbij opvalt, is dat de discussie in het Westen zich vooral richt op de vraag óf en hoe bondgenoten zich moeten mengen in het conflict. Tegelijkertijd hoor je opvallend weinig over de positie van landen die economisch direct geraakt worden, zoals China, Japan, Maleisië en de Filipijnen. Is dat een bewuste stilte, of simpelweg een gevolg van waar onze media hun focus leggen?
Ondertussen gaat het leven hier gewoon door. We plannen een tochtje naar Kerkdriel, als opmaat naar de familiebezoeken rond Pasen.Op de Maas staat een stevige bries die het fris doet aanvoelen, maar het blijft prachtig vaarwater. Jammer genoeg missen we de Independent, een Valkkotter op weg naar de verkoophaven. Via de telefoon nog even uitgebreid contact, maar de afstand tussen de schepen wordt er alleen maar groter op.In de jachthaven van Kerkdriel vinden we een mooie plek aan de kopsteiger. Het uitzicht over de zandplas is wijds en rustig — een scherp contrast met de onrust elders in de wereld. </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 10 Apr 2026 19:21:27 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Aan staan.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3532</link>
   <description> 
 
Woensdag, 1 april 2026
 
Dintelmond
 
Na het onnodig vrezen voor hak en sloopwerk bij de tandarts, heb ik tijd over om door te rijden naar de AlbinO om deze verder vaarklaar te maken. De handrails op het dek zijn de laatste keer niet in de kit gezet zodat ik deze los maak en nu wel netjes, zoals het hoort, in de kit terug op het dak plaats. Motor warm draaien en de stroomverbinding repareren. 
 
De stekker van de steiger heeft waterschade geleden want deze heeft de tekenen van een tijdje onderwater vertoeven en maak deze los om na het schoonmaken van de stekker, de kabel terug te plaatsen in het stopcontact. Tijdens het klussen lekker mijmeren of er binnenkort nog tochten gemaakt kunnen worden maar dat zal wel eens tegen kunnen vallen want het beloofd een leuke drukke periode te worden met de voorjaar in het verschiet.
 
Het is fris maar het gevoel van het zijn op je eigen bootje is weer terug. Vreemd dat het water in combinatie met boot de cocktail geeft van mentale rust en prettige gelatenheid. Wanneer je op je eigen boot bent, gebeurt er op meerdere niveaus tegelijk iets met lichaam en geest. Het water speelt daarin een hoofdrol. De zachte, ritmische beweging van de boot werkt bijna als een wiegende ademhaling: je lichaam synchroniseert zich onbewust met dat tempo. Dat verlaagt je hartslag en brengt je zenuwstelsel van “aan staan” naar een meer ontspannen stand. Vergelijk het met het effect van in slaap gewiegd worden.
Daarnaast is er de ruimte. Op het water verdwijnen veel visuele prikkels die je op land constant hebt: verkeer, gebouwen, mensen, verplichtingen. Wat overblijft is horizon, lucht, water.
Die leegte is geen gemis, maar juist een opluchting. Even minder filteren, minder te reageren, minder te presteren. Dat geeft die aangename gelatenheid.
 
Dan is er nog iets persoonlijks: het “eigen bootje”. Dat is jouw domein, jouw kleine wereld. Het gevoel van autonomie en controle, zelfs al is het maar over een paar vierkante meter dek en dat geeft rust. Geen ruis van buitenaf.
 
En misschien wel het belangrijkste: water heeft iets tijdloos. Het stroomt, het beweegt, maar het heeft geen haast. Zodra je daar deel van uitmaakt, moet het eigen tempo zich aanpassen. De scherpe randjes van de dag vervagen, gedachten worden minder dwingend, en wat overblijft is een stille aanwezigheid in het moment.
 
Die combinatie van ritme, eenvoud, autonomie en tijdloosheid maakt dat het varen niet alleen een fysieke activiteit is, maar bijna een mentale reset. Daarom voelt het niet alleen prettig, maar ook vertrouwd, alsof je ergens terugkomt waar je eigenlijk altijd al thuishoort.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 10 Apr 2026 19:20:57 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Rijker&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3531</link>
   <description> 
 
Maandag, 29 maart 2026
 
Heusden.
 
Gisteren werd ik gebeld door een zoon met een vraag die elke watersporter meteen begrijpt: “Wil je me helpen met de waterlating van mijn zeilboot?” Natuurlijk wil ik dat. De boot draagt de naam Cesium en dat blijkt al snel meer dan zomaar een naam.
De naam Cesium is niet toevallig gekozen. Zijn vrouw heet Ceci, een subtiele, persoonlijke knipoog maar er zit ook een diepere laag onder. De lichtblauwe romp van de boot verwijst naar de bijzondere blauwachtige gloed van het element zelf.
 
Het woord caesius betekent letterlijk “hemelsblauw”, en hoe langer ik erover nadenk, hoe meer de naam gaat leven. Cesium is een fascinerend element. Het wordt gebruikt in elektronica, sensoren en misschien wel het meest indrukwekkend in de atoomklokken.
 
Sinds 1967 is de seconde wereldwijd gedefinieerd op basis van cesium. De officiële definitie luidt: de tijd die nodig is voor precies 9.192.631.770 trillingen van een cesiumatoom. Dat maakt cesium tot het hart van onze tijdmeting. Het element trilt namelijk extreem constant. Die precisie is cruciaal voor systemen zoals GPS. Satellieten sturen signalen naar je apparaat, dat meet hoe lang die signalen onderweg zijn. Met de formule afstand = snelheid × tijd wordt vervolgens je positie berekend. Zonder cesium zouden we letterlijk de weg kwijt raken.
 
Maar cesium heeft ook een andere, bijna poëtische kant. Het is prachtig met zijn zachte blauwe glans maar tegelijkertijd gevaarlijk. Sommige vormen zijn radioactief en kunnen dodelijk zijn. Die tegenstelling, schoonheid en risico, maakt de naam alleen maar intrigerender. Eigenlijk net als het water en zijn vrouw.
 
Om negen uur ’s ochtends koppelt Dirk de boot achter de auto en rijden we richting Maasbommel. Daar staat de kraanmeester al klaar. Vakkundig wordt de Cesium langzaam te water gelaten, altijd weer een mooi moment, alsof een schip voor het eerst ademhaalt.
 
De accu’s blijken nog vol, en al snel varen we over de koude plas naar de ligplaats. Daarna begint het echte werk: de mast omhoog met de sprenkel, lijnen vastzetten, de boot verder optuigen. De regen maakt het er niet comfortabeler op, maar dat hoort er soms gewoon bij. Het zijn juist die momenten die een dag karakter geven.
 
Terwijl we bezig zijn, realiseer ik me dat er iets veranderd is. Vroeger was ik degene die de leiding had bij dit soort klussen. Ik gaf aanwijzingen, bepaalde het tempo, nam de beslissingen. Nu is het zijn boot en ben ik degene die de aanwijzingen krijgt.
 
Het is een subtiele, maar mooie verschuiving. Zoals cesium de tijd definieert, zo markeert deze dag een moment in een andere tijd, een nieuwe fase. Niet minder waardevol, maar rijker.
 
Een boot met een naam als Cesium blijkt dus meer dan alleen een vaartuig. Het is een verhaal. Over techniek, over schoonheid en gevaar, over tijd en over hoe die tijd ons langzaam van rol laat veranderen.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Thu, 02 Apr 2026 19:51:13 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Brandstof crisis&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3530</link>
   <description> 
 
Zondag, 29 maart 2026
 
Dintelmond
 
Albino
 
Voor mijn gevoel veel te lang weggeweest van de AlbinO. Met een schrobber over het dek, het grootzeil op de giek gerold, de motor gestart is de liefde opgebloeid om lekker te kunnen toeren met de Vega. Het is koud maar het voorjaar dient zich terdege aan door de extra aktiviteit van de vogels en het zachte groen van de struiken en bomen. De steigers zijn schoon gemaakt maar heeft waarschijnlijk een kortsluiting veroorzaakt in de aansluiting walstroom. 
 
De oorlog is waarschijnlijk in de beginfase tussen Iran en Israël met de Verenigde Staten en vraag me af wat voor een effect het zal hebben op het gedrag van de watersporter. Waarschijnlijk minder vaaruren bij motorboten of kortere dagtrips, meer gebruik van ankeren of gewoon blijven liggen aan de steiger maar een opleving voor de zeilers en de elektrische aandrijving. Dit zal geen hype zijn maar een structurele verschuiving.
 
De tweedehands markt zal de brandstofslurpers direkt afstraffen dus moeilijker verkoopbaar, oudere boten met de minder efficiënte motoren zullen in waarde dalen. De jachthavens zullen minder passanten krijgen.
 
⁠Onzekerheid over wanneer tanken en varen, de vraag stellen wat er gebeurd als de prijzen nog meer stijgen, men raakt meer bezorgd en het gevoel van vrijheid en avontuur wordt geraakt terwijl dat een paradox zal zijn want omdat veel mensen aan de steiger blijven zal het voor de watersporters die wel weg gaan rustiger worden en daardoor ook avontuurlijker.
 
De spanning in de wereld is voor thuis en de ontspanning van het zeilen zal de afleiding worden.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Tue, 31 Mar 2026 14:31:49 GMT +0200 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Venus&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3529</link>
   <description> 
 
Zondag, 22 maart 2026
 
 
Lucca – La Spezia
 
 
Een lint van jachthavens rijdt met ons mee, langs de toeristische route naar Portovenere (de Haven van Venus). Volgens de overlevering stond hier in de Romeinse tijd een tempel voor de godin Venus, beschermster van liefde én zeevaarders. Deze plek voelt direkt goed aan met deze uitgangspunten. Het is ook een strategische plek aan de ingang van de Golf van La Spezia met het Castello Doria op de hoge rots en een sfeervolle oude kerk in romaanse stijl. Het is dus niet alleen een vissersdorp maar ook een strategisch bolwerk. Onvoorbereid wandelen we door en langs het mooie stadje en raken verbaasd over de vele mooie kleurtjes van de huizen. Bij het terugrijden komen we langs Cinque Terre een verzameling van 5 dorpen uit de 11e eeuw. De gemeenschappen van Cinque Terre waren meer gericht op landbouw en visserij omdat deze kwetsbaar waren vanwege het gebrek aan natuurlijke havens.
 
Cinque Terre (Vijf Gebieden), vormden samen een los verband van nederzettingen met eigen identiteit maar met gedeelde belangen zoals handel, verdediging en landbouw. De kust was kwetsbaar voor piratenaanvallen en probeerden met wachttorens en compacte bouw tegen de rots en soort van bescherming te zoeken. Sinds 1997, Unesco erfgoed vanwege de spectaculaire terrassen, kleurrijke huizen en de wandelpaden.
Cinque Terre is eigenlijk een voorbeeld van hoe mensen zich aanpassen aan een onmogelijke grillige kust.
 
De lunch tijdens de zondag-drukte en een wandeling naar een parkeerplek die erg ver ligt van het dorp op een eenzame hoogte. In La Spezia valt het niet mee om een hotel te boeken en vinden uiteindelijk een B&#38;B in Santo Stefano di Magra.
 
In een lokale pizzeria treffen we een zeer jolige uitbaatster, die met veel plezier de klanten te woord staat, ze straalt met haar lach energie naar iedereen uit want ik zie alleen maar lachende en glimlachende mensen in de gelegenheid.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sun, 22 Mar 2026 19:19:15 GMT +0100 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Verlies van toekomst&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3528</link>
   <description> 
 
Zaterdag, 21 maart 2026
 
 
Lucca – Pisa- Lucca
 
Op het eerste gezicht lijkt Lucca een stad die niets met de zee te maken heeft.
Geen haven, geen schepen, geen zeelucht. Maar schijn bedriegt, ook Lucca had een subtiele, maar belangrijke maritieme connectie. Lucca lag niet direct aan zee, maar was via de rivier de Serchio verbonden met de kust.
De Serchio stroomt richting de Tyrreense Zee, bij het huidige Viareggio. In de middeleeuwen vormde deze rivier een levensader voor transport en handel.
Goederen uit het binnenland vonden hun weg via Lucca en werden in kleinere schepen over de Serchio naar zee gebracht.
Lucca was beroemd om haar zijdeproductie en textiel en beschikte over een uitgebreid handelsnetwerk door heel Europa, gedragen door bankiers en kooplieden.
 
Bij grotere vrachten en belangrijke transacties bleef men echter afhankelijk van de haven van Pisa. Zo profiteerde Lucca van de zeehandel, zonder zelf een vloot te hoeven onderhouden.
Dat maakt het verschil tussen beide steden bijna voelbaar:
Pisa naar buiten gericht: zee, macht, avontuur.
Lucca naar binnen gericht: handel, geld en ambacht.
 
Wat ons in Lucca opvalt is de sfeer. De vele kerken, de doorkijkjes van smalle straatjes die telkens weer een nieuw perspectief openen, het intieme karakter van de stad. Kleine winkeltjes, uitnodigende restaurants, een stad om in te dwalen.
 
Aan de kerken en gebouwen van Pisa kun je nog steeds zien dat hier ooit de slagaders liepen van een wereldmacht. Maar in 1284 veranderde alles door de slag bij Meloria tegen Genua, Pisa haar vloot en daarmee haar toekomst als zeemacht, het einde van een tijdperk.
 
Voor Lucca betekende het ruimte, minder afhankelijk van Pisa, meer vrijheid in handel en politiek, een verschuiving van macht binnen Toscane. Waar Pisa haar horizon verloor, vond Lucca haar zelfstandigheid.
 
De kennismaking is bijna onwerkelijk: de scheve toren die tegen de verwachting in blijft staan, de stralend witte kathedraal en het ronde baptisterium.
Monumenten van een tijd waarin Pisa niet alleen bouwde voor de stad, maar voor de eeuwigheid.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Sat, 21 Mar 2026 17:00:50 GMT +0100 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Een drol niet onder controle.&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3527</link>
   <description> 
 
Vrijdag, 20-03-2026
 
Florence – Lucca
 
 
Met enig leedvermaak lees ik dat het Amerikaanse vliegdekschip de USS Gerald R. Ford problemen heeft met het toilet. Niet dat ik een vergelijking wil maken met de Queen B maar moet toch even terugdenken aan de problemen die ik heb gehad met het toilet aan boord en dat blijkt dus bij het vliegdekschip evenzo te zijn. Het is en blijft een boot bedenk ik me, maar 4000 man met ongeveer 7 kilogram “Shit met spoelwater” betekent 28 ton zwart water per dag dat verstopt raakt. Het schip is uitgeweken naar Griekenland en ik denk dat ze daar niet blij worden van dit probleem. 
 
Het artikel dat ik las van Schuttevaer luidt dan ook ongeveer: De structurele technische problemen spelen het schip parten. Zo kampt de USS Gerald R. Ford al langere tijd met storingen in het sanitairsysteem. Dat leidt regelmatig tot verstoppingen en uitval van toiletten, met directe gevolgen voor het dagelijks functioneren aan boord. Navy Times meldde eerder dat deze problemen zo hardnekkig zijn dat regelmatig ingrepen nodig zijn om systemen operationeel te houden. De combinatie van technische mankementen en een langdurige inzet zorgt voor toenemende druk op de bemanning. Amerikaanse media spreken van groeiende vermoeidheid onder het personeel.
De USS Gerald R. Ford is het nieuwste en grootste vliegdekschip van de Amerikaanse marine en geldt als technologisch vlaggenschip. Juist daardoor vallen de problemen extra op. Voor herstel en inspectie wordt het schip naar verwachting naar Kreta gestuurd. Er is ook brand ontstaan in de wasserij waar nogal wat mensen ademproblemen hebben opgelopen.
 
Zo zie je maar dat je weliswaar mensen naar de maan kunt sturen maar een drol niet onder controle krijgt.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Fri, 20 Mar 2026 19:13:05 GMT +0100 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Afscheid&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3526</link>
   <description> 
 
Woensdag, 18-03-2026
 
Punta Ala – Siena
 
 
Sommige ontmoetingen plan je, andere ontstaan gewoon tussen wind, water en een gedeelde koers.
Met de Blue Spirit was het zo’n ontmoeting.
Vanaf het eerste moment voelde het alsof we elkaar al langer kenden. Alsof twee werelden, die van hem en die van ons op de Queen B, moeiteloos in elkaar schoven.
Dagen van samen optrekken kregen hun eigen ritme.
Een praatje over de marifoon, een blik die genoeg zegt bij het ankeren, een borrel aan boord waarbij plannen steeds groter worden naarmate het glas leger raakt. Jacqueline die geniet, verhalen die over en weer gaan, en altijd die ene terugkerende gedachte: dit is waarom we dit doen.
Er wordt gelachen om kleine dingen.
Om techniek die het nét wel of nét niet doet.
Om plannen die ’s ochtends nog strak waren en ’s middags alweer zijn losgelaten.
 
En ergens weet je: dit is tijdelijk.
Zoals alles op zee tijdelijk is.
 
De dag van vertrek dient zich aan zonder aankondiging.
Niet omdat het moet, maar omdat het zo loopt. Koersen gaan uit elkaar, bestemmingen verschillen, en de zee roept ieder weer op zijn eigen manier.
Nog even bij elkaar.
Een hand omhoog. Een korte stoot op de claxon, meer is er niet nodig.
Goede vaart. Pas goed op jezelf.
De Blue Spirit ingeruild voor de Blue Bubbles met Rene en Susie als bemanning gaan hun eigen weg.
De Queen B gaat voor haar eigen lijn.
 
“We komen ze nog wel tegen,” zeg je dan, en dat geloof ik ook
Je neemt geen afscheid, we varen alleen even een andere richting op.
 
En ergens, op een plek, bij een andere ankerplek of haven, kruisen de lijnen zich misschien weer. Met een glimlach, een verhaal extra, en het gevoel dat de tijd ertussen er eigenlijk niet toe deed.
 
Zo gaat het ook vandaag, de laatste hand aan de dinghy is de te waterlating. Met een handje extra van Jacqueline plonst de tender in het water en zit de klus er voor mij op. Met een warme glimlach, een klop op de schouder stappen we in de auto en laten Rene achter bij zijn nieuwe droom.
 
Via chatGpt rijden we een route langs de graven van de Etrusken en het is veel van hetzelfde maar de belangstelling voor deze oude beschaving is wel gewekt. Jammer dat ze het geweld tegen de Romeinen en de andere invloeden niet hebben kunnen bolwerken want ze hadden toen heel moderne ideeën.
 
Van Baratti door het overweldigende landschap naar Vetulonia. Hoog op een heuvel in de Maremma ligt dit kleine dorp, met uitzicht over een landschap dat zich eindeloos uitstrekt richting zee. Smalle straatjes, oude stenen huizen en een stilte die hoorbaar is. Geen toeristen, het gevoel dat je even uit de tijd stapt.
En toch was dit ooit een machtige stad. In de tijd van de Etrusken, zo’n 2500 jaar geleden, was Vetulonia een centrum van rijkdom en vakmanschap. Er werd gewerkt met ijzer en brons, hier ontstonden ideeën en symbolen die later door de Romeinen werden overgenomen.
 
Buiten het dorp liggen de grafheuvels, ronde, bescheiden vormen in het landschap. Maar als je dichterbij komt, besef je dat hier generaties eeuwen liggen begraven. Families, verhalen, een wereld die verdwenen is maar nog steeds voelbaar aanwezig.
Een beetje beduusd van het moois eten we een hapje tussen de Italiaanse werkers in een overvolle eetzaal waar de obers dravend tussen de tafels iedereen tevreden weten te houden. Een uitstekende pasta en een kop koffie zijn we weer open voor nieuwe indrukken.
In Siena treffen we een leuk hotel en maken een wandeling als voorproefje op morgen door de eens zo rijke stad.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Thu, 19 Mar 2026 18:54:46 GMT +0100 </pubDate>
  </item>
  <item>
   <title>&#60;h1&#62;Etruskische resten&#60;/h1&#62;</title>
   <link>https://queenb99.nl/article-3525</link>
   <description> 
 
 
Dinsdag, 17-03-2026
 
Punta Ala
 
De bijboot ligt ineens voor de winkel op het haventerrein. Geen papier, geen handtekening, niets. Gewoon neergelegd. René kijkt er wat verwonderd naar, maar is toch vooral blij dát hij er is. Zo gaat dat hier blijkbaar. Voor mij komt het eigenlijk perfect uit: ik kan meteen meehelpen met het opbouwen van de dinghy.
 
Eerst de luchtkamers op spanning brengen, daarna puzzelen hoe de zitbank met het stuurtje gemonteerd moet worden. René, met zijn feilloze gevoel voor meten en uitlijnen, bepaalt waar de gaten in de vloer moeten zitten. Met een Stanleymes snijdt hij de toplaag open en legt zo de schroefpunten bloot. De bank erop, stuur gemonteerd: het begint ergens op te lijken.
 
Maar dan, zoals zo vaak: het verhaal is nog niet compleet. De buitenboordmotor blijkt niet volledig geleverd. De morse ontbreekt en ook de beugel om de duw- en trekkabel vast te zetten zit er niet bij. Zo’n typisch moment waarop alles nét lekker loopt en je toch weer stilvalt. Een kleine tegenvaller.
 
Dan nog een laatste klus: een weerbarstig gat boren in het schot voor de kabels van de zonnepanelen. Met een botte boor natuurlijk en dat gaat niet vanzelf. Maar goed, uiteindelijk zit het erin. Mijn werk zit erop. De motor kunnen we niet plaatsen; die moet terug naar de leverancier.
 
En juist dat oponthoud geeft ruimte. Tijd om weer op pad te gaan.
We rijden naar Roselle, een oud Etruskisch stadje net buiten Grosseto. Een plek waar de tijd niet zozeer heeft stilgestaan, maar gewoon is weggelopen. Je loopt er tussen stenen die er al lagen toen Rome nog moest beginnen. Massieve muren, opgebouwd uit enorme blokken, zonder cement, maar nog altijd fier overeind. Alsof ze gisteren zijn neergelegd.
 
Tussen die Etruskische resten liggen de sporen van de Romeinen: een amfitheater, de contouren van een forum, resten van badhuizen. Alles open, alles zichtbaar. Geen hekken, geen drukte. Alleen wind, gras en geschiedenis.
Wat mij treft is de rust. Geen stad, geen geluid, alleen het besef dat hier ooit een levendige gemeenschap was. Mensen die handelden, bouwden, leefden en uiteindelijk weer verdwenen. In de dertiende eeuw liep het hier leeg, waarschijnlijk door malaria uit de omliggende moerassen. De natuur nam het langzaam terug.
 
Je loopt er rond en denkt: wij zijn bezig met kabels, motoren en ontbrekende onderdelen, en hier stonden ze duizenden jaren geleden al steden te bouwen die nog steeds overeind staan.
 
Misschien is dat wel het verschil. Of misschien ook niet. Want uiteindelijk zijn we allemaal bezig om iets werkend te krijgen de één dinghy, de ander een stad. De avond staat in het teken van afscheid. Rekening houdend met elkaar lange tijd niet meer te zien maar door de media van Whatsapp of Facebook blijven we elkaar volgen.
  </description>
   <category>Logboek 2026</category>
   <pubDate>Wed, 18 Mar 2026 21:05:35 GMT +0100 </pubDate>
  </item>

 </channel>
</rss>
